Surinamese adventures: are you experienced?

26 February 2020

En , of ws then (for Dutch please scroll down)

Suriname was one of the first countries that entered my travel bucket list and there were a few reasons for that. It all began with Orlando, my friend’s father, who was born and raised in Suriname. He used to tell us these fantastic childhood memories, that triggered my imagination.

I started to read about Suriname. Books such as ‘The Queen of Paramaribo’, about Maxi Linder, the most famous prostitute of Suriname. Back in her days, she financially took care of the underprivileged. Sadly enough she died as a lonely spinster, in a dirty backroom. I also read all the historical novels of Cynthia McLeod, about the history of Suriname. Dutch colonisation, life at the plantations, slavery. I couldn’t remember we had learned about this at school, which I found quite odd. Isn’t Surinamese history part of Dutch history too? I got intrigued even more. And then, of course, there was food. Up until today, you can wake me up in the middle of the night for a good old roti, some moksi alesi, baka bana, and saoto soup. Enough reasons to put this small South American country on my bucket list.

I visited Suriname two times. And although I have very fond memories of both stays, I actually had two of my worst travel experiences there. The first time, because I was not allowed to enter the country… and the second time because I was not allowed to leave.

A rough life with alcohol abuse, prostitution and violence

The first time I visited, I was young, naïve and inexperienced. I had just been backpacking through Brazil for a few months and had arrived in Belém de Pará, a city in the mouth of the Amazon river. Because of another book I had read – Papillon*, I wanted to visit French Guyana as well. My plan was to make a trip from Belém to Ilha de Marajó, to Macapá, cross the rainforest into French Guyana, to then head to Suriname overland.

My parents freaked out when they heard about my plans. They had just seen a documentary about ‘garimpeiros’, gold diggers who live around the border of French Guyana and Brazil. They make their money digging gold, and live a rough life with alcohol abuse, prostitution and violence.

My parents didn’t like the idea of their daughter passing through that area, so they begged me to take a plane from Belém to Paramaribo – and skip French Guyana. Therefore, very last minute, I bought a plane ticket.

I had read a book about their most famous prostitute

I arrived at Paramaribo airport in the middle of the night. The place was deserted. I showed up at the passport control, said “fa yu tan?”** to the officer and gave my passport to him. He looked at it and said: “where’s your visa?” I gave him the piece of paper I got in the travel agency the day before.

“This is not a visa,” the officer said. “This is a travel itinerary.”

I was shocked.

I told you, I was young, naïve and inexperienced, and I had actually never seen a visa before. I recalled the conversation I had had with the guy in the travel agency in Belém the day before when I tried to explain in my best Portuguese that I needed a visa straight away.

The officer said: “I am sorry, but you’re not allowed to enter Suriname.” I started to cry. I think he felt sorry for me because he then took me to the Federal Police, where they held me for hours and asked me many questions. Why was I travelling alone, where was my visa, what was I planning on doing in Suriname? I thought it was not really the moment to tell them I came for the great food or because of Orlando’s childhood memories, nor that I had read a book about their most famous prostitute which made me want to get to visit their country.

In the end, they let me stay. And I stayed for a few months. But it was a lot of hassle and I had never felt so stupid.

He looked at my passport: everything OK

Until the second time I went to Suriname. I was older, more experienced and travel savvy and I had been living in Brazil since the last time I had left Suriname 7 years before. This time I was visiting the country for work. I went there with a group of dancers who would perform in Paramaribo for a few weeks.

I told the dancers the story of my first time in Suriname and my incident with the fake visa. They joked and laughed about it, and contemplated if it had been a miscommunication with the travel agent because of my poor Portuguese at that time, or a typical case of ‘malandragem’ – a Brazilian term for trickery.

We had a fantastic stay in Suriname and I was very happy to be back in this country that had been my home for a while a few years before. Until the day of our departure. Back at Paramaribo airport, I showed up at the passport control, said “fa yu tan?”** to the officer and gave my passport to him. He looked at it and said: “everything OK”.

You have to wait 10 days before you can leave the country

But then…

“Madam, do you know that your yellow fever vaccination is overdue?”

I looked at him fishlike and stumbled:  “Not really… so… what does that mean?”

“Well, that means you’re not allowed to travel to Brazil. You have to get a vaccination first and then wait the 10 days incubation time before you’re allowed to leave the country.”

I was flabbergasted. There they went, my dancing travel companions, back to Brazil, and me, stuck in Suriname… 

And this is where I learned an important lesson. You can be so experienced and savvy, but still make the same kind of mistakes as when you were naïve and inexperienced. You are never too old to learn!

*Papillon is an autobiographical novel written by Henri Charrière, which details his escape from the penal colony in French Guiana between 1931 and 1945.

** “how are you?” in the Surinamese language

————————————————————————————————

Surinaamse avonturen: heb je ervaring?

Suriname was een van de eerste landen op mijn reis bucketlist en daar waren een aantal redenen voor. Het begon allemaal met Orlando, de vader van een vriendin van me. Hij was geboren en getogen in Suriname en vertelde ons altijd de meest fantastische jeugdverhalen die tot mijn verbeelding spraken.

Ik begon te lezen over Suriname. Boeken zoals ‘De Koningin van Paramaribo’, over Maxi Linder, de meest beroemde prostituee van Suriname die tijdens haar leven financieel voor de minderbedeelden zorgde. Spijtig genoeg stierf ze als een eenzame oude vrijster, in een vervuilde kamer driehoog achter. Ik las ook alle historische romans van Cynthia McLeod, over de geschiedenis van Suriname. De Nederlandse kolonisatie, het leven op de plantages, de slavernij. Ik kon me niet herinneren dat we dit op school hadden geleerd, wat ik nogal raar vond. Want is de Surinaamse geschiedenis niet ook gewoon onderdeel van de Nederlandse geschiedenis? Ik raakte nog meer geïntrigeerd door Suriname. En er was natuurlijk het Surinaamse eten. Tot op de dag van vandaag kun je me midden in de nacht wakker maken voor roti, moksi alesi, baka bana en saoto soep. Genoeg redenen dus, om dit kleine Zuid-Amerikaanse land op mijn bucketlist te zetten.

Ik bezocht Suriname twee keer. En hoewel ik zeer goede herinneringen heb aan beide keren, heb ik er ook twee van mijn stomste reiservaringen meegemaakt. De eerste keer omdat ik het land niet in mocht… en de tweede keer omdat ik het land niet uit mocht.

Een zwaar leven met alcoholmisbruik, prostitutie en geweld

De eerste keer was ik jong, naïef en onervaren. Ik had net een paar maanden met een rugzak door Brazilië gereisd en was gearriveerd in Belém de Pará, een stad in de monding van de Amazonerivier. Vanwege een ander boek dat ik had gelezen – Papillon*, wilde ik Frans Guyana bezoeken. Mijn plan was om een reis te maken van Belém naar Ilha de Marajó, naar Macapá, het regenwoud over te steken naar Frans Guyana, om vervolgens over land naar Suriname te reizen.

Mijn ouders flipten toen ze van mijn plannen hoorden. Ze hadden net een documentaire gezien over ‘garimpeiros’; goudzoekers die rond de grens van Frans-Guyana en Brazilië wonen. Ze verdienen hun geld met het delven van goud en leven een zwaar leven met alcoholmisbruik, prostitutie en geweld.

Mijn ouders vonden het op zijn zachtst gezegd niet zo’n prettig idee dat hun dochter door dat gebied zou trekken, dus ze smeekten me een vlucht te nemen van Belém naar Paramaribo – en Frans-Guyana over te slaan. En zo geschiedde het dat ik op het laatste moment een vliegticket kocht.

Een interessant boek over hun beroemdste prostituee

Ik kwam midden in de nacht aan op het vliegveld van Paramaribo. Het was er verlaten. Ik verscheen bij de paspoortcontrole, zei “fa yu tan“** tegen de beambte en gaf mijn paspoort aan hem. Hij keek ernaar en zei: “Waar is je visum?” Ik overhandigde hem het papiertje dat ik de dag ervoor in het reisbureau had gekregen.

“Dit is geen visum,” zei de beambte. “Dit is een reisschema.”

Ik schrok me wild.

Zoals ik al zei; ik was jong, naïef en onervaren, en had eigenlijk nog nooit eerder een visum gezien. Ik herinnerde me het gesprek dat ik de dag ervoor had gehad met de man van het reisbureau in Belém, toen ik in mijn beste Portugees probeerde uit te leggen dat ik stante pede een visum nodig had.

De beambte zei: “Het spijt me, maar je mag Suriname niet in.” Ik begon te huilen. En ik denk dat hij medelijden met me kreeg, want hij nam me mee naar de federale politie. Daar werd ik urenlang onderworpen aan een vragenvuur. Waarom reisde ik alleen, waar was mijn visum, wat kwam ik in Suriname kwam. Ik dacht dat het niet echt het moment was om te vertellen over Orlando’s jeugdherinneringen of dat ik voor het geweldige eten kwam, noch dat ik een interessant boek had gelezen over hun beroemdste prostituee, waardoor ik hun land wilde leren kennen. 

Uiteindelijk mocht ik Suriname in. En ik bleef er een paar maanden. Maar het was een hoop gedoe en ik had me nog nooit zo stom gevoeld.

Hij keek naar mijn paspoort: alles in orde

Tot de tweede keer dat ik naar Suriname ging. Ik was ouder, meer bekwaam, een ervaren reiziger en ik woonde sinds een aantal jaar in Brazilië. Deze keer kwam ik naar Suriname voor werk, reizend met een groep dansers die voor een paar weken in Paramaribo zouden optreden.

Ik vertelde de dansers het verhaal over mijn eerste keer in Suriname, 7 jaar geleden, en mijn voorval met het nepvisum. Ze moesten er vreselijk om lachen, maakten er grapjes over en vroegen zich af of het een miscommunicatie was geweest met de reisagent vanwege mijn toen nog gebrekkige Portugees, of dat het een typisch geval van ‘malandragem’ was – een Braziliaanse term voor bedrog.

We hadden een fantastisch verblijf in Suriname. Het was geweldig om weer terug te zijn in het land dat een aantal maanden mijn thuis was geweest. Tot de dag van ons vertrek. Terug op het vliegveld van Paramaribo kwam ik bij de paspoortcontrole aan, zei “fa yu tan “** tegen de beambte en gaf mijn paspoort aan hem. Hij keek ernaar en zei: “alles in orde”.

Je moet 10 dagen wachten voordat je het land uitmag

Maar toen…

“Mevrouw, weet u dat uw gele koorts vaccinatie verlopen is?”

Ik keek hem glazig aan en mompelde: “Uh… niet echt… maarre… wat betekent dat precies?”

“Dat betekent dat je niet naar Brazilië mag reizen. Je moet hier eerst een gele koorts inenting halen en dan 10 dagen incubatietijd wachten voordat je het land uitmag.”

Ik was verbijsterd. Daar gingen ze, mijn dansende reisgenoten, terug naar Brazilië, en ik, gestrand in Suriname…

En daar, precies op dat moment leerde ik een belangrijke les. Je kunt nog zo ervaren en streetwise zijn, maar toch nog precies dezelfde domme fouten maken als toen je naïef en onervaren was. Je bent nooit te oud om te leren!

*Papillon is een autobiografische roman geschreven door Henri Charrière, waarin hij zijn ontsnapping uit de Franse strafkolonie Frans-Guyana omschrijft, tussen 1931 en 1945.

** “hoe gaat het?” in het Surinaams.

Let's do this

How did you find me?

By completing this contact form you give me permission to process your data as described in my privacy statement.

How did you find me?

By completing this contact form you give me permission to process your data as described in my privacy statement.